Verslag nummer 82

Toegevoegd op donderdag 4 december 2025

826 woorden

De man die Tito ging vermoorden

Inleiding

Mijn geliefde echtgenote F kocht dit boekje enige tijd geleden bij onze vrienden van Godert Walter en nadat zij het had uitgelezen vond ze dat ik het ook maar moest lezen. Omdat ik het laatste boek voor onze leesclub bijna uit had, nam ik dit ook mee naar het mannenweekend in Maastricht, zodat ik erin kon beginnen zo gauw ik dat uit had.

Er is al behoorlijk veel geschreven over dit boek. Zo vind u hier een uitgebreide recentie, hier een nog wat kortere, en hier een uitgebreide beschrijving van de dramatis personae. Er is zelfs een hele podcast over het werk gemaakt.

Een bewogen leven

Het boek vertelt het levensverhaal van Andreas (André) Engwirda, alias Tony Yester: onverschrokken vierde kind van Frans Engwirda en Haitske Foekje die in december 1917 te Leeuwarden het levenslicht ziet. Na een getroebleerde jeugd, waarin de familie afwisselend in Leeuwarden en Maastricht verblijft (een bijzondere keuze, maar alle kinderen van de familie zijn op verschillende adressen geboren – van honkvastheid kunnen we de Engwirda's niet betichten) besluit André begin 1937 zich bij de Delegación de las Bridagas Internacionales (p.37), een internationale brigade die in Spanje tegen Franco vecht, aan te sluiten.

Onder de wapenen in de Spaanse burgeroorlog valt Engwirda op door z'n moed, vastberadenheid en vindingrijkheid. Opvallend genoeg raakt hij bevriend met Ludwig Renn, alias van Arnold Friedrich Vieth von Golßenau die in het boek "Krieg" zijn ervaringen aan het front in de Eerste Wereldoorlog heeft opgetekend (p.40). Na een flinke en spannende tijd in Spanje keert Engwirda gewond en gedecoreerd op 5 december 1938 terug in Maasticht (p.71).

Omdat hij als Nederlander in buitenlandse krijgsdienst heeft gedient, komt hij onder de aandacht van eerst de koninklijke marechaussee en twee jaar later van de bezetter. Vanuit zijn achtergrond als vrijheidsstrijder werkt hij mee aan de productie en verspreiding van verschillende verzetskranten en begint hij langzaamaan als een soort dubbelspion te werken (pp.92ff), een dubbelspion overigens waarvan steeds onduidelijker wordt aan welke kant hij nu eigenlijk staat:

De meeste getuigen verklaren eensluidend dat André hun ongevraagd, zij het zonder de finesses te benoemen, vertelt over zijn rol als door de Duitsers ingehuurde informant. Een reden noemt hij ook: zo kan hij het communistisch verzet van dienst zijn. De praktijk is anders. Hij opereert op eigen houtje. Zijn opgedane kennis bereikt vrijwel nooit de Moskougezinde kern. (p.98)

Vanuit deze rol wordt hij steeds meer ingezet in specifieke Duitse millitaire operaties, waarbij hij op verschillende locaties in Duitsland beland. Uiteindelijk komt hij, weer in Nederland, terecht bij de Agentenschule West de spionnenschool die die Duitsers op het landgoed va het Catshuis hebben gesticht (p.144), waar Engwirda een behoorlijk zware spionnenopleiding 'naar Brits voorbeeld' volgt. Na afronding van deze opleiding volgen nog een aantal wederwaardigheden voordat hij in beeld komt voor de operatie die tot doel heeft Tito te vermoorden.

Ondanks de zeer goede voorbereiding en geheimhouding loopt hij in het zicht van zijn doel, op het eiland Vis, toch tegen de lamp. Na zijn verklaring wordt hij daar (hoogstwaarschijnlijk) geëxecuteerd (p.214).

Archiefonderzoek

Dankzij het uitgebreide archiefonderzoek (familiegeschiedenissen, brieven, verslagen) slagen de auteurs er in een heel overtuigenden levendig beeld van Engwirda en zijn omgeving neer te zetten. Maar behalve dat is het werk ook interessant omdat er veel details van de Tweede Wereldoorlog in besproken worden die ik althans nog niet kende – dat, en de hele achtergrond en het verloop van de Spaanse burgeroorlog, waar ik ook het fijne niet van wist.

Ondanks de hieruit voortvloeiende hoge informatiedichtheid leest het boek als een trein. Als je niet beter zou weten zou je denken dat je een spannende avonturenroman aan het lezen bent, zo veel als die Engwirda allemaal meemaakt. Het is ook interessant om te lezen hoe er direct na de Tweede Wereldoorlog werd omgegaan met (dubbel)spionnen als Engwirda.

Wat mij betreft één van de enigma's van Engwirda is of hij nu werkelijk een nationaal-socialist is geworden of dat hij dit tot het einde toe is blijven spelen. Zelfs zijn companen op de Balkan stellen nog dat hij absoluut de goede zaak is toegedaan. Misschien wat hij wel zo'n goede spion dat hij in zijn eigen leugens is gaan geloven, maar aan de andere kant lijkt hij toch ook wel ontvankelijk voor de Nazistische propaganda:

Hoe frequenter de Duitse nederlagen zich opstapelen, hoe vaker André zich moet voorhouden dat er niets aan de hand is. 'Wat de oorlog beteft zou ik me maar geen zorgen maken', probeert hij op 3 juni [1944] zij nieuwe vulpen. 'Duitsland is nog lang niet aan het einde hare krachten en de anderen konden nog wel eens een blauen Wunder erleben.' De nazistische propaganda heeft aan hem een goede. (p.191)

Conclusie

Ik ben blij dat ik dit boekje van F moest lezen. Het levert mij diverse nieuwe inzichten op over de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog en het maakt weer eens duidelijk dat er nog honderden zo niet duizenden van dergelijke individuele verhalen over deze periode verteld zouden kunnen worden.