Verslag nummer 81

Toegevoegd op donderdag 27 november 2025

784 woorden

Vrij Spel

Dit boek lazen we als vijfde boek van onze HBO-ICT boekenclub en ik moet zeggen dat ik het tot nu toe het beste van de vijf vond. Ik kocht het aan het begin van het herfstreces (bij onze vrienden van Godert Walter) en las het in drie dagen uit.

Het boek is heel rijk en heeft zeer nauwkeurig vervlochten verhaallijnen. Ik ga geen uitgebreide samenvatting schrijven (die vind u bijvoorbeeld hier, hier, of hier), maar zet (meer voor mezelf dan voor het nageslacht) de belangrijkste personen en hun wederwaardigheden even op een rijtje.

Personen en verhaallijnen (tonen)

Het verhaal draai om drie, of misschien vier personen. Allereerst is er Todd Keane. Keane werd geboren in de eerste paar uur van 1 januari 1970 en is daarom een werkelijk Haantje de Voorste. Zijn vader is aandelenhandelaar en continu op zoek naar meer en nieuwe prikkels. Van hem eft hij een competatieve houding – vooral via spelletjes en dan met name schaken. Op een gegeven moment krijgt hij een computer, waardoor zijn wereld verandert. Keane is een wit rijkeluiskind, dat naar goede scholen gaat en een schijnbaar eenvoudig levenspad bewandelt. Maar zijn jeugd is getroubleerd: zijn vader was altijd aan het werk, een behoorlijk eigengereid persoon (hij bezat een zeiljacht, een cessna en een dikke Mercedes, waarmee hij zich uiteindelijk te pletter rijdt) die vaak ruzie had met zijn moeder.

Zijn tegenspeler is Rafi Young, een zwarte jongen uit de achterbuurten van Chicago. Ook zijn jeugd is getroubleerd (ach, wiens jeugd is dat niet eigenlijk?), met name doordat zijn vader hem continu onder druk zette om beter te presteren dan alle witte jongens om hem heen. Young lijkt hoogbegaafd; in ieder geval is hij zijn klasgenoten ver vooruit op zo ongeveer alle gebieden, met name het lezen. Op een gegeven moment wordt hij door z'n moeder in een feloranje jas naar school gestuurd, dat via een behoorlijke omweg de dood van zijn zusje tot gevolg heeft – een trauma dat hem zijn hele leven zal blijven overvallen.

De derde hoofdpersoon is van de generatie vóór Todd Keane en Rafi Young: de biologe Evelyn Beaulieu (losjes gebaseerd op Sylvia Earle). Als jong meisje is ze nogal schuchter en verlegen en om daar wat aan te doen gooit haar vader haar met een prototype van luchtflessen in een zwembad. Hierdoor krijgt ze inderdaad wat meer zelfvertrouwen en een grote liefde voor het duiken. Ze studeert dan ook maritieme biologie en wil meedoen aan een experiment waarbij mensen voor langere tijd onder water moeten leven. Als ze daarvoor wordt afgewezen, reist ze met een studiegenoot, Bart Mannis, helemaal naar Californië om verhaal te halen. Uiteindelijk trouwt ze met deze Bart Mannis en krijgt ze (na behoorlijk wat gedoe) met hem een tweeling.

Om deze tweeling duidelijk te maken wat ze voor werk doet en wat de oceaan voor haar betekent, schrijft ze het boek 'Het is natuurlijk de Oceaan' – een boek dat Keane in z'n jonge jaren van z'n vader krijgt nadat hij hem voor het eerst met schaken heeft verslagen.

De vierde hoofdpersoon van het boek is de kunstenares Ina Aroita, . In het verhaal maakt zijn kunstwerken uit aangespoelde stukken plastik. Zij is uiteindelijk de partner van Rafi Young en lijkt met hem op het eiland van haar geboorte te zijn neergestreken.

Er zijn nog wel een aantal andere personen die een meer of minder belangrijke rol in het verhaal spelen:

  • Wen Lai: eigenaar van de plaatselijke winkel
  • Didier Turi: burgemeester tegen wil en dank
  • Hone Amaru: zoon van de 'echte' burgemeester, verdient z'n geld met rondleiden van de enkele toerist op het eiland en het verkopen van klimbenodigdheden
  • Palila Tepa: ook wel 'de koningin' genoemd

Het verhaal draait eigenlijk om het terugblikken door Todd Keane, die zich geconfronteerd ziet met dementie met Lewy-lichaampjes (p.55). Hij denkt terug aan zijn nagenoeg levenslange vriendschap met Rafi Young – een vriendschap die draaide op het spelen van spelletjes (met name schaken en go) en het discussiëren over van alles en nog wat. Al tijdens, maar vooral na zijn studie maakt hij het sociale-mediaplatform Playground, wat een combinatie lijkt van Facebook en ChatGPT. Het grote succes van dit platform komt evenwel ogenschijnlijk door een ingeving die door Rafi Young is gedaan – en waar hij nu geld voor wil ontvangen.

De locus operandi van het verhaal is het polynesische eiland Makatea, waar Young en Aroita zijn neergestreken. Op dit eiland speelt een politieke discussie over de vraag of het een investeerdersmaatschappij moet willen toestaan om hier een uitvalsbasis voor het bouwen van drijvende, autonome steden. Het is interessant dat de aanjager van deze investeerdersmaatschappij Todd Keane blijkt te zijn.

Een luchtfoto van het eiland Makatea, waar alle verhaallijnen uit het boek samenkomen (foto wikipedia).

Alles lijkt samen te komen

Een collega van de boekenclub appte dat in dit boek alles samen lijkt te komen: schaken, programmeren, octopussen, spelletjes... En inderdaad is Vrij Spel een enorm rijk boek – veel rijker dan uit de eenvoudige samenvatting die ik hierboven heb gegeven zou kunnen blijken. Zo worden de biografieën van de verschillende personen behoorlijk uitgebreid beschreven, inclusief de jeugd en opvoeding van de personen in kwestie. Hierdoor gaan de personen echt voor je leven en worden hun acties en reacties in een sociaal-psychologische context geplaatst. Het spreekt voor het schrijverstalent van Powers dat deze uitgebreide beschrijvingen nergens irritant, vervelend of langdradig worden.

Het is ook mooi dat deze biografieën langzaamaan met elkaar verweven raken. In het begin van het boek heb je misschien nog het idee dat er te veel verhaallijnen worden opgesponnen, maar Powers slaagt er wonderwel in alle lijnen langzaamaan bij elkaar te laten komen – als een soort barokke canon (in het boek wordt ook Bach gespeeld (p.316) en Gödel, Escher, Bach gelezen (p.100)).

In Winschoten

Bij onze boekbespreking bij onze gewaardeerde collega in Winschoten passeerden een aantal aspecten van het boek de revue. Zo kwam het over het gemis aan menselijke warmte: hoewel de biografieën van alle betrokkenen zoals gemeld bijzonder uitgebreid beschreven worden, viel het ons toch zwaar om werkelijk warme gevoelens voor ze te ontwikkelen. Nagenoeg alle personen in het boek zijn getroebleerd, eigengerijd en lastig in de omgang. Met name vonden we het gedrag van Rafi Young wel erg verongelijkt: hij zou een schop onder z'n kont moeten hebben en afstuderen, aldus één van de aanwezigen aldaar. De uitzondering op dit gebrek aan menselijke warmte werd gevormd door de bewoners van het eiland Makatea, die duidelijk een bijzondere band met elkaar en met het eiland hebben.

Een tweede belangrijk discussiepunt die avond vormde de thematiek van thuisloosheid (door sommigen abussievelijk 'vervreemding' genoemd). De hoofdpersonen zijn allemaal op zoek naar hun eigenwaarde, hun plaats op de wereld, of het doel in hun leven. Een dergelijke zoektocht resoneert wellicht met de drijvende autonome steden die uiteindelijk vanuit Makatea gebouwd en verscheept zouden worden.

Een ander interessant punt was de vraag wat er – binnen de context van het verhaal – nu eigenlijk waar is, en wat bedacht door de kunstmatige intelligentie die door Todd Keane is gemaakt en wordt gebruikt. In de roman wordt afwisselend de eerste en de derde persoon gebruikt (een onderscheid dat ook typografisch nog wordt benadrukt), en in de delen in de eerste persoon spreekt Keane met die kunstmatige intelligentie. Het lijkt erop dat dit verhaal, het gesprek dat Keane met die intelligentie voert, als het ware de kern is waar alle andere verhaallijnen omheen gevlochten zijn. Maar daardoor werd de vraag gelegitimeerd of het verhaal nu eigenlijk een apologie van Keane is, of dat het daadwerkelijk zo is gegaan als dat het is beschreven. Met name de verrassende plotwending aan het eind van het werk roept deze vraag op – een vraag die we die avond niet beantwoord kregen.

Een laatste punt dat hier vermeldenswaardig is, is dat men naar aanleiding van dit boek het water, en dan met name de oceaan weer meer is gaan waarderen. Het boek dat maritiem biologe Evelyn Beaulieu schrijft, toont aan dat de landmassa's voor bestudering van het leven niet per se het meest interessant: het moet natuurlijk gaan over de oceaan. Ik moest hierbij zelf denken aan Peter Sloterdijk, die al in 2006 een vergelijkbare observatie noteerde:

Aan het einde van de zestiende eeuw moesten de Europeanen ineens onder ogen zien dat de plaeet aarde gezien het overwicht van de wateroppervlaktes zijn naam in feite niet verdiende. Wat aarde werd genoemd bleek een waterworld te zijn: driekwart van haar oppervlak behoorde toe aan het natte element – dit is het globografische basisinzicht van de Nieuwe Tijd (Het Krisalpaleis, p47).

Een plaatje van xkcd van verschillende grote diepten van de aarde, en verschillende verschijnselen die op bepaalde diepten optreden. Dit plaatje kwam tijdens onze bespreking ook naar voren (plaatje XKCD)

Conclusie

Kortom, een heel fijn, heel rijk en ook nog informatief werk (ik wist bijvoorbeeld niks over de Filosofie van het gemeenschappelijke werk (pp.180ff), operation Hailstone (pp.265), of de Preface to a twenty volume suicide note (p.214), om maar een paar redelijk willekeurige voorbeelden te noemen). Dit boek was door het clublid min of meer toevallig uitgekozen, maar het bleek een schot in de roos te zijn.