Verslag nummer 91

Toegevoegd op vrijdag 3 april 2026

1.027 woorden

Beschleunigen wir die Resonanz!

Inleiding

Ik kocht dit boekje toen ik met vriend T een weekendje in Berlijn was, in dezelfde boekwinkel als waar ik drie jaar terug het boek Resonanz van dezelfde auteur kocht. Ik was eigenlijk vergeten dat ik het het had en dat ik het had gelezen (op mijn todo-lijstje stond alleen een opmerking over 'dat andere boek dat ik heb uitgelezen'), maar enige tijd terug vond ik het onder een stapel kranten. Gelukkig maar, want het is best een aardig boekje.

Het boek bevat een (vertaald) gesprek tussen Rosa en Nathanaël Wallenhorst dat in juni 2016 plaats heeft gevonden. Trouw aan Rosa's algemene onderzoeksvraag, wordt het gesprek ingeleid met een korte analyse van de hedendaagse maatschappij en samenleving, waarbij de dynamische stabiliteit en de oneindige blik op snelheid centraal staan. De technologische ontwikkelingen dwingen ons steeds nieuwe dingen te ontdekken en te leren - zowel op technologisch als op sociologisch vlak:

Wir leben in einer Epoche, die von uns verlangt, dass wir uns schnell neuen Technieken und neuen Sozialpraktiken anpassen. Wir machen die Erfahrung, dass wir immer seltener Zeit haben. Aus diesem Grund erfinden wir immer schnellere Technologien, damit wir Zeit gewinnen. Doch mittlerweile haben wir lernen müssen, dass dieser Plan nicht funktioniert. Durch die neuen Technologien werden unsere Lebensbedingungen nicht besser. (p.21)

Het probleem van de versnelling

Moeten we dan verlangzamen? Nee, dixit Rosa (ook al in Resonanz, overigens; p.13). Allereerst is het langzaam handelen van de zogenaamde 'slow'-bewegingen uitermate willekeurig (ausgesprochen okasionell, p.25); het betreft alleen maar oasen binnen het systeem waardoor onze manier van in-de-wereld-zijn niet fundamenteel verandert. Ten tweede is langzaamheid op zichzelf geen deugd of zels maar nastrevenswaardig: een nooddienst die langzaaamaan uitrukt bij een brand of ongeval, of een langzame internetverbinding wekken in het beste geval alleen maar irritatie op.

De versnelling waar we mee te maken hebben wordt pas een probleem wanneer en zo gauw deze tot vervreemding (Entfremdung, p.25) leidt; wanneer we niet langer in staat zijn een verdiepende verhouding met de wereld, met de dieren en dingen, en met elkaar te onderhouden – wanneer, kortom, er geen resonerende verhouding meer mogelijk is.

De prometheïsche accellerationalistische beweging

Rosa (of eigenlijk Wallenhorst) introduceert hier de accellerationistische beweging (akzelerationistische Bewegung, p.26): mensen die menen dat alles wat zich versnellen laat versneld moet worden, die vóór alles een technologische oplossing zoeken, en die geloven in de utopie van het maakbare.

Die accellerationistische beweging is daarmee fundamenteel prometheïsch (naar de titaan die het vuur van de goden stal en aan de mensen gaf).

Die prometheische Anthropologie [fast] Grenzen als etwas auf, das eher verschoben denn akzeptiert und hingenommen werden muss. [...] Die anthtopologische Wurzel des Kapitalismus [liegt] im Prometheismus und in der Nichtakzeptanz von Grenzen. (p.27)

Deze analyse doet sterk denken aan Sloterdijks splitsing van de mensheid op grond van verschillende snelheden (Het Kristalpaleis, p.83), of aan de moderne mens als zoeker van oppervlakkige, horizontale verbanden zoals dat geschetst wordt door Alessandro Barrico (in zijn I Barbari). Overigens zien we dit ook heel expliciet terug in Rosa's eigen Resonanz, wanneer hij de dwangmatige wereldrijkweidtevergroting als categorisch imperatief van de moderniteit bestempelt (Resonanz, p.618)

Rosa noemt noch Sloterdijk noch Barrico, maar gaat wel in op het werk van Herbert Marcusse, die stelt dat een wereld die volledig maakbaar en beheersbaar is, doof wordt: wanneer ik over alles wat ik wil terstond en ter plekker kan beschikken (Heidegger) verdwijnt alle diepgang en daarmee alle waarde. De wereld wordt hiermee de mogelijkheid ontnomen met een eigen stem te spreken en zichzelf met haar onkenbaarheid te manifesteren.

De belofte van de maakbaarheid en van het accellerationalisme is gelegen in de gedachte dat de techniek, de maakbaarheid en de snelheid voor een goed leven zullen zorgen. Deze belofte is prometheïsch omdat blijkt dat meer spullen, meer geld, meer vliegreizen niet per se leiden tot een beter of een gelukkiger leven – nog afgezien van het feit dat wordt nagelaten hier een duidelijke definitie van de geven.

Het goede leven

Een goed, geslaagd en gelukkig leven zit, dixit Rosa, niet in meer spullen of meer reizen, maar juist in die momenten waarin we daadwerkelijk contact met iets of iemand hadden:

Wenn wir andere Menschen fragen, was für sie im letzten Jahr die wichtigste erfahrun gewesen oder was ihnen als der gelungenste Augenblick ihres Lebens erschienen ist, werden sie fast immer eine Geschichte erzählen, in deren Verlauf sie mit kindern gespielt haben, oder von Momenten, in denen sie sich engagiert haben, in denen sie sich etwa für Flüchtlinge eingesetzt haben, usw. [...] Und häufig endet die Geschiechte folgendermaßen: "Diese Erfahrung hat mich berührt, sie hat mich innterlich bewegt." (p.38)

Het goede, geslaagde leven is voor Rosa het leven waarin we bereid zijn de stem van de (en het) andere te horen, om die stem waarneembaar te maken – een stem die ons raakt en waardoor we getransformeerd (p.43) worden. Om het andere in hun eigen waarde te laten klinken is het nuttig op te houden met alles als maakbare dingen te zien, op te houden met ons te richten op kwantiteit in plaats van op kwaliteit, en op te houden onszelf als puur monadische individuen te zien. Een belangrijke rol in dit proces is gelegen in het onderwijs:

Im Überwinden dieser Mauer der Empfindungslosigkeit, im sensiblen Reagieren auf andere Menschen, auf den Stoff einer Unterrichtsstunde und im erneunten Sich-Öffnen besteht die wahre pädagogische Herausforderung! (p.51)

Conclusie

Het is een heel aardig, leesbaar en interessant boekje. Behalve de grove samenvatting van het volgens mij centrale argument die ik hierboven heb geprobeerd weer te geven, zitten er ook meer sociologische details in – bijvoorbeeld over de verhouding tussen het accellerationismee en het futurisme van Marinetti (pp.28ff.), het verschil tussen versnelling en acceleratie (pp.32ff.), of over de relatie tussen Rosa's concept van resonantie en de ideeën van de Frankfurter Schule (met name die van Marcusse, Adorno, Benjamin en Weber, pp.63ff.).

Ik weet niet zeker of dit een goede introductie in het werk van Rosa vormt; daarvoor is het denk ik te gecomprimeerd en te technisch (een betere inleiding is denk ik Onbeschikbaarheid). Maar als gecondenseerde studie over met name de vraag naar het goede leven in de huidige versnellende maatschappij biedt het zeker voldoende aanknopingspunten om dit interessante onderwerp verder uit te diepen.