Verslag nummer 85
Toegevoegd op zondag 21 december 2025
1.060 woorden
Alle lust wil eeuwigheid
Tijdens de bespreking van Vrij Spel (het vijfde boek dat we met onze boekenclub lazen), kreeg ik van collega J dit aardige boekje over Nietzsche. Het was uit haar boekenkast gevallen toen deze in verband met de beperkte ruimte in haar woning opgeruimd moest worden. Het was een fijn verjaardagscadeau, hoewel J dat op dat moment niet wist.
Een begaafd gedaantewisselaar
Het boek begint bij Nietzsches jonge jaren. Het bespreekt de dood van zijn vader (p.22), de daaraan gekoppelde verhuizing naar de Neugasse te Naumburg. Al op twaalfjarige leeftijd begint Nietzsche aan zijn autobiografie (Aus meinen Leben) – een gewoonte die hij tot het eind van zijn leven volhoudt.
Na wat heen en weer gerommel gaat Nietzsche naar de Schulpforta, een eliteschool op een uur lopen van Naumburg (p.27, overigens dezelfde school als waar Helmut von Bethmann Hollweg is opgeleid). Met zijn vrienden Pinder en Krug richt hij daar in 1860 de literatuur- en muziekvereniging Germania op (28). Zoals elke tiener heeft hij bijhoorlijk last van innerlijke crises; hij speelt veel piano (vooral improvisatie, een 'onweer zwanger van bliksemschichten', p.31). Aansluitend gaat hij naar de universiteit in Bonn, eerst als student theologie maar in het tweede jaar ook letteren.
Teleurgesteld in het 'heersende biermaterialisme' en de 'banaliteit van het studentenleven' (p.33) aldaar verruilt Nietzsche Bonn voor het grootsteedsere en goedkopere Leipzig. Hier raakt hij in de ban van Schopenhauer, richt hij een nieuwe letterkundige vereniging op, en publiceert hij zijn eerste artikel (een voordracht over de Griekse dichter Theogenis, p.35). Dit laatste overigens onder invloed van zijn promotor Friedrich Ritschl, wiens echtgenote bevriend is met Ottilie Brockhaus – de zus van Richard Wagner, waardoor Nietzsche in diens invloedsfeer terecht komt.
Nietzsche's leven komt nu 'in een stroomversnelling' (p.40). Ondanks zijn teleurstelling in de academische wereld accepteert hij een aanstelling als hoogleraar klassieke letteren in Basel. Hij raakt nog meer onder invloed van Wagner, met name dankzij Cosima Wagner (die overigens niet al te veel goeds te melden heeft over Herr N.). In deze periode verschijnt ook zijn eerste boek die Geburt der Tragödie, waarin hij de verwachting uit dat 'het wagneriaanse muziektheater het begin van een radicale vernieuwing van de Duitse cultuur mag inluiden' (p.47). Vanzelfsprekend is Wagner verrukt over dit werk.
De reacties op die Geburt zijn niet mals, maar dat zorgt ervoor dat Nietzsche zijn 'polemische ader heeft gevonden: nooit een stap in het openbaar zetten die niet compromitteert' (p.51) – hij wordt een 'begaafd gedaantewisselaar, een man met een overmaat aan eigenschappen', die het leven van zoveel mogelijk perspectieven bekijkt (p.80). Helaas holt zijn gezondheid achteruit en rond 1879 is hij zó ziek dat hij de dood als een verlossing begint te zien (p.61). Na wat rondzwervingen in Italië vindt hij in Genua zijn 'ideale zoldereenzaamheid'. De rust, zijn falende gezondheid en de vele wandelingen brengen hem tot het idee van de Eeuwige Terugkeer
Wie de machtige, disciplinerende gedachte van de eeuwige terugkeer omhelst, drukt het stempel van de eeuwigheid op zijn leven en bevestigt de waarde ervan. Wie haar echter in de wind slaat, blijft vluchten voor de werkelijkheid, verlangen naar een ander leven en heeft slechts een vluchtig leven. (p.68)
Nietzsche wordt inmiddels een ware kluizenaar, die naast Sils Maria vooral in Nice ('de enige plaats waar hij het langere tijd uithoudt', p.83) verblijft. Hij is bekend aan het worden, en begint zichzelf als een toeristische attractie te beschouwen. Ondanks zijn ziekte blijft hij toch aan zijn toekomst werken, maar hij dreigt 'te bezwijken onder zijn opdracht' (p.85) – hij begint zichzelf als iets bovenmenselijks, als een goddelijke instantie te zien.
Uiteindelijk arriveert hij in april 1888 in Turijn – de 'eerste stad waar ik mogelijk ben' (p.87). Na de bekende scène met het omhelzen van het paard, wordt hier de breuk met Wagner uiteindelijk compleet, begint hij met de hamer te filosoferen, en komt zijn krankzinnigheid volledig naar voren; hij loopt rond door de straat, slaat toevallige passanten op de schouder en vraag 'Siamo contenti? Son Dio – ho fatto questa caricatura' (p.92).
Onder voorwendsels wordt hij naar een Bazelse kliniek gelokt. Wanneer hij niet meer echt aanspreekbaar is, laat staan in staat iets te schrijven, wordt hij door zijn zuster en moeder opgenomen en tot zijn dood in 1900 verzorgd.
Een fijn cadeau
Alle lust wil eeuwigheid is een aardig boekje om de belangrijkste punten van Nietzsches bewogen leven en zijn filosofie in kort bestek tot je te nemen. Claessens combineert in het werk puur biografische elementen met meer wijsgerige, waardoor de relatie tussen beide goed over het voetlicht gebracht wordt. Het is dan ook geen pure biografie, maar meer een beschrijving van hoe de belangrijkste inzichten van Nietzsche tot stand zijn gekomen, hoe deze zich tot elkaar en tot de (politieke, sociale, artistieke) omstandigheden van zijn tijd verhouden en hoe deze zich over de tijd hebben ontwikkeld.
Claessens veroorlooft zich hier en daar een enkele literaire vrijheid (wanneer hij bijvoorbeeld schrijft over de scène met het paard in Turijn, waarvan het maar de vraag is of die echt zo heeft plaatsgevonden) en schiet wel een beetje heen en weer in de chronologie - wat het gevolg is van zijn keuze levensloop en filosofie te combineren. Op zich is dit niet heel ernstig, maar op sommige plekken is daardoor het puur biografische wat ondergesneeuwd (bijvoorbeeld wanneer hij min of meer uit het niets meldt dat het 'met zijn gezondheid slechter gaat dan ooit', p.60).
Een beetje jammer is misschien dat Claessens duidelijk een hekel heeft aan Nietzsches zus: Elisabeth Förster-Nietzsche. Het boek begint en eindigt met haar (de laatste acht pagina's gaan over haar) en ook in de lopende tekst duikt ze af en toe zomaar op. Natuurlijk heeft ze een belangrijke stempel gedrukt op de erfenis van haar broer, en haar dweperij met zowel Musolini als Hitler spreken ook niet per se vóór haar, maar in een kort werk als het onderhavige komt de hoeveelheid woorden die aan haar wordt besteed wat disproportioneel over.
Conclusie
Maar al met al is het een bijzonder fijn en leerzaam boekje. Nietzches worsteling met de muziek, zijn relatie met Lou Andreas-Salomé, zijn kwakkelende gezondheid... alle aspecten die we in een dergelijk boekje verwachten komen hierin langs. Interessant is de focus die Claessens legt op Nietzsche als componist en muzikant – een aspect waar ik zelf nog bijzonder weinig over wist. En zijn verhouding met Richard Wagner – en de ontwikkeling daarvan – is mij weer wat helderder geworden – en alleen daarom al is het een heel waardevol cadeau geweest.
