Verslag nummer 95
Toegevoegd op zaterdag 9 mei 2026
1.006 woorden
Absolute Democratie
Inleiding
De aanschaf van dit boek geschiedde eigenlijk in een impuls. Ik was bij Godert Walter om een ander boek te halen, waarover ik in Trouw van die ochtend een interessant artikel had gelezen. Maar daags daarvoor had ik bij toeval Pfeijffers aanbeveling van dit boek gezien, en toen ik het in de boekwinkel zag, kon ik het toch niet laten liggen – zeker niet nadat ik de eerste paar pagina's eruit had gelezen.
Het boek bestaat uit vijftig korte essays die Pfeijffer tussen januari 2024 en december 2025 eens in de twee weken schreef voor de belgische krant De Morgen. Door deze opzet is het onvermijdelijk dat er wat dubbelingen in de teksten zitten en dat er een plethora aan onderwerpen de revue passeert.
Hoewel dit tot gevolg heeft dat het ondoenlijk is om een samenvatting van boek te geven, kunnen we wel een aantal centraalstaande thema's identificeren: de opkomst van (extreem) rechts, de uitholling van de democratische rechtsstaat, de oorlog in het Midden-Oosten en de globalisering en het daaraan gekoppelde kapitalisme – onderwerpen die, zo wordt wel duidelijk, allemaal met elkaar te maken hebben.
De internationale orde
In navolging van Giuliano da Empoli betoogt Pfeijffer dat "de naoorlogse internationale orde, die was gebaseerd op wetten, verdragen en internationale afspraken, niet meer bestaat en plaat heeft gemaakt voor een junge waar chaos heerst en waar alleen het recht van de sterkste geldt". Een belangrijke oorzaak hiervan is gelegen in het internet:
Zolang de politieke wedstrijd zich afspeelde in de reële wereld, bepaalden de gewoonten en regels van elk land de grenzen van die krachtmeting, maar zodra het openbare debat online wordt gevoerd verandert het in een genadeloze concurreniestrijd waarbij alles is toegestan en de enige regels die van de internetplatforms zijn. [...] Vandaag gaat het niet meer alleen om communicatietechnieken, maar om stemmingmakerij, om mobilisatie van het electoraat. (p.216, Pfeijfer citeert hier L'Heure des prédateurs van Da Empoli)
De strijd om de aandacht van het electoraat (ah, onwillekeurig worden we hier herinnerd aan The Internet is not What You Think It Is van Justin Smith) leidt ertoe dat populistische partijen problemen en crises bedenken om de aandacht van hun kiezers te krijgen en vast te houden - problemen en crises waarvan ze niet geïnteresseerd zijn om die op te lossen, maar waarvan ze juist willen dat die blijven bestaan (oa. p.116). Politici als Wilders, Meloni en Orbán krijgen er in het boek ook flink van langs.
Het is mogelijk om dergelijke onwaarheden als waarheid te verkopen, omdat dankzij de bekende platformen de waarheid is gedemocratiseerd:
In de echokamers van het internet weerklinkt voor eenieder de waarheid die hij wil horen. Het feit dat tegenspraak elders, ver buiten gehoorsafstand, plaatsvindt, verklaart waarom zelfs de wildste complottheoriën zich in een verbijsterend massale aanhang kunnen verheugen. (p.98)
De opkomst van het internet in het begin van deze eeuw zorgde ervoor dat de al gaande globaliseringsgolf ('die verdomde globalisering', p.33) meer momentum kreeg – en hieraan gekoppeld het idee van radicale marktwerking en kapitalisme. In Pfeijffers analyse is één van de oorzaken van het opkomend populisme erin gelegen dat de winnaars van deze processen blind zijn voor de 'frustraties en rancunes' van de verliezers, zoals de grote landbouwcoöperaties die, nadat ze alle kleine boeren kapot hebben geconcureerd, nu 'zelf worden belaagd door nog goedkopere producten uit andere delen van de wereld' (p.33), of de trotse werknemers die hun werk verplaatst zagen worden naar lagelonenlanden (p.99).
Het centrale thema
Het is dit populisme dat uiteindelijk leidt tot het, volgens mij (en ik voel me hierin gesterkt door de titel) centrale thema, namelijk de uitholling van de democratische rechtstaat. Het lijkt alsof er twee verschillende interpretaties van democratie bestaan: een constitutionele en een absolute. Dit onderscheid sijpelt een beetje door het hele boek heen, maar tegen het einde (in essay nummer 47) geeft Pfeijffer een goede eenduidige omschrijving:
Het traditionele model van de constitutionele democratie [...] wordt sinds kort uitgedaagd door een alternatief model van een absolute democratie, waarin de winnaar van de verkiezingen het democratische mandaat wordt toegedicht om de instituties van de rechtsstaat te negeren en een dictatuur van de meerderheid tot stand te brengen. (p.284)
Dit onderscheid loopt redelijk langs de lijnen van de traditionele (gevestigde) en populistische (nieuwe) politieke partijen, of langs de lijnen van het midden en de extreme flanken (zowel links als rechts, hoewel Pfeijffer zijn pijlen vooral op de laatste richt). Pfeijffer geeft hier een analyse van de hedendaagse polarisatie, die we natuurlijk al langer in Amerika zien, maar waarvan de uitwassen ook steeds meer in het Avondland zijn waar te nemen:
Deze toemenende polarisatie tussen links en rechts, tussen de winnaars en de verliezers van de globalisering, gaat niet over economie. [...] De strijd gaat over culturele waarden die veranderen onder invloed van emancipatie, wokeness, migratie, demografische ontwikkelingen en internationalisering. (p.137)
Conclusie
Wat moeten we nu doen? Het treft Pfeijffer dat je in het dagelijks leven zo weinig merkt van de 'zorgwekkende ontwikkelingen', dat het 'geen onderwerp van gesprek is in de straten of op de terrassen van Genua' (p.8). We moeten ons actief blijven informeren, actief blijven inzetten voor het goede en actief betrokken blijven bij de vrijheid. We moeten ons niet schamen voor onze liefde voor de waarheid, 'want we hebben waarheid nodig om de rancune te kunnen verslaan'. We moeten intellectualisme en elitisme als 'een geuzennaam' dragen (p.101).
Onwillekeurig moest ik hier overigens toch denken aan de analyse van religie door Michel Serres uit de jaren negentig, waar die stelt dat het tegendeel van religie de onverschilligheid is, en dat de term 'onverschilligheid' veel zegt over onze tijd ('La notion de négligence fait comprendre notre temps', Sellers 1990, p.81). Na het lezen van Absolute Democratie denk ik dat het van groot belang is 'verschillig' te blijven.
In die zin is dit een belangrijk en belangwekkend boek. Ik moet wel zeggen dat vijftig van die essays misschien wat veel zijn – op een gegeven moment weet je het wel. Maar aan de andere kant leest het wel lekker weg (ik had het in vier dagen uit), dus zo erg is het ook weer niet.
