Verslag nummer 102

Toegevoegd op zaterdag 19 september 2026

Zondagskinderen

Ik kocht dit boekje naar aanleiding van een interview met De Gruyter bij Met Het Oog op Morgen op 21 februari. Het stond al een tijdje in m'n kast, en toen ik dat veel te dikke boek van Auke Hulst uit had wilde ik graag weer een echt inhoudelijk boekje lezen – en een boek waarin gesproken werd over de sociale gevolgen van tachtig jaar vrede en de onwil van de Europeanen om voor hun eigen defensie op te draaien leek me behoorlijk interessant. Helaas kwam ik wat bedrogen uit.

Ego-document

Het boek begint met de aantekeningen van De Gruyter over de oorlog in Joegoslavië, die ze in 1991 op zesentwintigjarige leeftijd versloeg. Ze vertelt over haar eerste ervaringen in een oorlogsgebied, haar naïviteit wanneer ze werkelijk met soldaten en geweld geconfronteerd wordt, en over haar zoektocht naar de juiste toon en het juiste verhaal vanuit dit nog immer getroubleerde deel van ons continent.

Wat een aardige introductie voor het onderwerp zou moeten zijn, blijkt al snel indicatief voor het volledige werk. In plaats van een grondige sociologische reconstructie en analyse van de (West-)Europese verhouding tot oorlog blijkt het boek al snel een ego-document te zijn. De Gruyter verhaalt graag over haar tijd in de Balkan aan het eind van de vorige eeuw, of over haar tijd in Gaza aan het begin van deze.

Naast de uitgebreide (al te uitgebreide) beschrijvingen van haar ervaringen in deze gebieden, staat het boek vol met verslagen van gesprekken die ze met personen van allerlei pluimage heeft gevoerd - politici, wetenschappers, historici... Dit heeft tot gevolg dat het geheel wat tendentieus wordt - alsof het boek er vooral is om te laten zien met hoeveel meer of minder belangrijke mensen de auteur wel niet heeft gesproken of gecorrespondeerd. In die zin lijkt het wel een beetje op Het internet is stuk van Marleen Stikker.

Deze manier van schrijven is misschien te verklaren doordat De Gruyter journalist en columnist is, en niet per se een schrijfster van doorwrochte sociologische studies. Maar zelfs dan ligt het er wel erg dicht bovenop, bijvoorbeeld wanneer ze verslag doet van een gesprek dat ze in de nasleep van 9/11 met Martin van Creveld, een gerenommeerd militair historicus, heeft gehad (wanneer?). Dit stuk test (pp.119-125) heeft de vorm van een kranteninterview, waarbij de vragen van de interviewer (De Gruyter in dit geval) cursief zijn gedrukt en de tekst feitelijk een schriftelijke weergave van het gesprek is.

Plat en ongenuanceerd

Behalve deze meer stilistiche problemen vind ik de tekst in z'n geheel ook wat plat, ongenuanceerd en amicaal. Wanneer ze bijvoorbeeld schrijft over het verschil tussen de Duitsers en de Fransen waar het gaat over het voorzitterschap van de EU:

Frans is één van de officiële talen van de EU, en in het Europses vergadercircuit spreekt zeker tachtig procent van de mensen al Frans. Duitsland zou zoiets nooit doen. Iets Duits opleggen, hoe haal je het in je hoofd. (70)

Of, ander voorbeeld, wanneer ze schrijft over de invloed van Trump op de hedendaagse Europese politiek:

'Wat Amerika van Europa vraagt, is niet alleen aanhaken bij zijn eigen verwrongen begrip van politieke en filosofische tradities, maar keiharde onderwerping' schreef Stephan Richter, hoofdredacteur van The Globalist onlangs [wanneer? waar]. En zo is het (p.190)

Conclusie

Misschien had ik gewaarschuwd moeten zijn dat dit boek niet de analyses verschaft waar ik op hoopte. Al in de Inleiding, op pagina 13, staat dat het geen lineair verhaal is, maar 'eerder caleidoscopisch'. Maar zelfs met deze opmerking in het achterhoofd vind ik dat het boekje echt wel tekortschiet in het leveren van een beschrijving van een Europa dat 'eindelijk bezig is wakker te worden – militair, economische, psychologisch, maatschappelijk' (p.294). En da's jammer, want een dergelijke analyse hebben we, denk ik, wel nodig.