Verslag nummer 101
Toegevoegd op zondag 16 augustus 2026
796 woorden
De Mitsukoshi Troostbaby Company
Toen ik dit boek bij Godert Walter in handen kreeg (ik heb het even moeten bestellen) schrok ik wel wat van de omvang: zeshonderd pagina's is echt ver boven mijn maximum van tweehonderdvijftig en zelfs boven m'n gemiddelde van rond de driehonderd.
Ik moest het wel lezen, want begin september hebben we alweer de achtste bijeenkomst van onze boekenclub. Ik had het boek daarom mee toen ik met vriend T een weekend ging fietsen in Luxemburg, en begon vol goede moed te lezen.
In het begin vond ik het best aardig, maar ik merkte wel dat ik me na een pagina of vijftig wat begon te irriteren aan de schrijfstijl van Hulst – hoewel het onderwerp en het gegeven an sich bijzonder interessant is en bleef.
Samenvatting (tonen)
De Mitsukoshi Troostbaby Company is een semi-autobiografische nabijetoekomstroman. Centraal in het werk staat schrijver Auke van der Hulst (dus niet de auteur van het werkelijke boek, want die heeft geen tussenvoegstel in z'n naam), die bezig is met het schrijven van een nabijetoekomst-sciencefictionroman, getiteld De Lasso van de tijd. Bij een vroege bespreking van het werk met zijn uitgever, Liz, stelt deze laatste voor om tijdens het schrijven een soort logboek bij te houden – in de traditie van de reeks privé-domein. Het boek is als het ware een bundeling van de roman en het logboek.
Van der Hulst blijkt een ietwat toxische relatie met ene Mila te hebben gehad, die heeft geresulteerd in een zwangerschap (opgedaan tijdens een verblijf in Kuala Lumpur), een abortus en een uiteindelijke breuk. Hij worstelt niet per se met de afgebroken relatie, maar des te meer met de afgebroken zwangerschap. Gelukkig is in deze nabije toekomst de robotica al zó ver doorontwikkeld, dat er een bedrijf in Tokyo is dat robots maak die ononderscheidbaar zijn van menselijke kinderen. Hun klandizie bestaat in de regel uit mensen die ongewenst kinderloos zijn gebleven, maar Van der Hulst weet hen ervan te overtuigen een ouder kindrobot te produceren.
En zo maken we al vroeg in het boek kennis met Scottie (genoemd naar 'de dochter van een schrijver die heel belangrijk voor me was', p.133): de kinderrobot die de plaats van de ongeboren vrucht van Mila en Auke moet vervangen. De tegenwoordige tijd van het boek behelst de periode van Auke met Scottie in Amsterdam woont en dus aan zijn roman werkt. Auke heeft moeite om Scotte te vertellen dat ze een robot is, maar wanneer zij naar de lagere school gaat komt ze er langzaamaan achter dat ze uitzonderlijk snel van wonden geneest en dat ze geen bloed heeft.
Wanneer Scotte heeft ontdekt dat ze niet menselijk is, gaat ze onderzoeken wat ze dan wel is (een soort van Pinocchio-complex). Dat leidt er uiteindelijk toe dat beiden naar Tokyo teruggaan en van daaruit verder het noorden van Japan bezoeken. Bij thuiskomst in Amsterdam vertelt Scottie uiteindelijk dat ze Auke gaat verlaten, dat ze naar een plek gaat voor androïden zoals zij (p.595).
Halverwege het boek (tussen pagina's 195 en 257 en later tussen pagina's 395 en 456), als het ware ingekapseld in het logboek, lezen we dan een eerste versie van De lasso van de tijd. Deze roman gaat over een koppel Kaj en Sam die een ietwat toxische relatie hebben. Deze relatie resulteert in een zwangerschap (opgedaan in Kuala Lumpur), een abortus en een uiteindelijke breuk. Kaj worstelt met de afgebroken zwangerschap en ook wel met de afgebroken relatie.
Gelukkig komt hij via een obscuur artikel bij een bedrijf dat in staat is een soort van tijdreizen mogelijk te maken. Hij besluit zich als vrijwilliger en proefpersoon bij dat bedrijf te melden om zich terug te laten sturen naar een sleutelmoment net voordat de boel mis ging – in een poging het alsnog goed te maken.
In principe lukt dat. De zwangerschap wordt voldragen en Kaj en Sam leven met hun kind hun leven in Amsterdam. Totdat ook dit weer misgaat en Kaj nog een keer een tijdreis onderneemt om de boel te redden. Wat ook weer goed gaat en ook weer verkeerd. Uiteindelijk stapt hij bij zichzelf in de auto om naar een onbekende toekomst af te reizen.
Interessante punten
Op zich is De Mitsukoshi troostbaby company een interessant boek. Er zitten voldoende diverse punten in die de moeite van het overwegen waard zijn. Zo is het goed dat er stil wordt gestaan bij de ervaringen van de niet-vader wanneer er sprake is van een abortus – een aspect dat vaak ondergesneeuwd raakt. Ook de vraag wat een mens een mens maakt vormt een belangrijk thema van het boek – met name wanneer Scotte er achter is gekomen wat ze is.
In het kader van dat laatste is haar relatie met de robotstofzuiger Shakey erg interessant. Deze komt met name naar voren wanneer Auke en Scotte bezig zijn het huis leeg te halen voor hun reis naar Japan:
'Ik denk dat we Shakey moeten vrijlaten. Toch, Shakey?' De stofzuiger maakte een pirouette. 'Maar Shakey hoort bij ons', zei ik. 'Shakey wérkt voor ons. Dat is niet hetzelfde. Hij krijgt niet eens betaald. Ik krijg tenminste nog zakgeld. [...] We hebben hem vrijgelaten op het grote veld in het park, waar nog wat hardnekkige toeristen aan het picknicken waren (p.389).
Ook de vorm van logboek-cum-roman is aardig gevonden. Hoewel dit wel erg doet denken aan de manier waarop Pfeijffer zijn Grand hotel Europa heeft opgezet, en hoewel je wel erg het idee hebt dat je twee keer hetzelfde verhaal aan het lezen bent, zijn de verschillen tussen het kozijn en de ruit toch net interessant genoeg om deze raamvertelling te laten werken.
Geen goed boek
Toch vind ik het geen goed boek. Auke Hulst heeft de neiging ellenlange beschrijvingen en dialogen op te schrijven, die nauwelijks toegevoegde waarde hebben voor de loop van het verhaal – sterker nog, die voor mij de flow van het verhaal juist tegenhouden. Op een gegeven moment ben ik stukken tekst gaan overslaan zonder dat ik het idee had dat ik werkelijk iets miste.
Hulst put behoorlijk uit het vaatje van Michel Houellebecq – hij refereert ook expliciet aan diens Elementaire Deeltjes (op p.431). Dit geldt met name voor zin beschrijving van de seks-scènes. Deze zijn net als bij Houellebecq behoorlijk expliciet en frequent. Hulst reflecteert hier overigens zelf ook op:
Ze [de uitgever Liz] maakte zich zorgen over de expliciete passages. Ze snapte dat seks in zo'n verhaal functioneel is, maar dit waren wel erg gedetailleerde wedstrijdverslagen. Had ik enig idee hoe preuts lezers zijn geworden? (p. 345).
Maar waar het bij zijn Franse inspiratiebron werkelijk functioneel is (Elementaire Deeltjes gaat feitelijk over menselijke voortplanting en over de verhouding tussen biologie en seks), zie ik niet wat de functie hiervan in het onderhavige geval is. Ik zal wel één van die preutse lezers zijn...
Een laatste kritiekpunt is dat Hulst zijn tekst voorziet van voetnoten om duidelijk te maken waar bepaalde onderwerpen of opmerkingen vandaan komen (ah, ook daarin doet hij qua vorm, hoewel niet qua hoeveelheid, denken aan Pfeijffer, die immers zijn Alkibiades voorziet van honderden pagina's referenties en noten). Dat is natuurlijk waardevol, ware het niet dat deze voetnoten zowel bestaande als niet bestaande referenties bevatten (zie bijvoorbeeld p.127).
Conclusie
Ondanks deze kritiekpunten heb ik het boek niet met tegenzin gelezen (hoewel ik ook niet kan zeggen dat ik het met plezier heb gelezen). Dat een groot deel van het totaal zich in Groningen afspeelt (waarin het aarbevingsgebied inmiddels verboden gebied is) geeft het een herkenbaarheid die heel aangenaam is. Er zitten heel veel interessante en fijne referenties in, zoals naar Frederik Pohl ("goede sciencefiction voorspelt niet de auto maar de file", p.127), Rilke (met name de vierde Elegie van Duino, p.59), of Friedrich Rolle (wanneer het gaat over protheses, p.145) – om maar een paar te noemen.
Hoe verhoudt dit boek zich tot de andere boeken die we met onze leesclub hebben gelezen? Het is wel grappig dat De lasso van de tijd eigenlijk hetzelfde onderwerp aansnijdt als Dark Matter (hoewel veel beter uitgewerkt en beschreven). Verder denk ik dat het een beetje op het niveau zit als The Mountain in the Sea best aardig, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de auteur wat te veel wilde vertellen en wat te veel pagina's nodig had.
